Het is van jou”, fluisterde het.
“Nee nee…”, hield ik af, “ik moet eerst nog dingen uitzoeken van vroeger, met mijn ouders.”

“Het is van jou”, hield het vol.
Nee, ik kan die beslissingen niet zomaar nemen.

“Jij bent de enige die die beslissingen kunt nemen.”
Er is een plan, er wordt iets van me gewild, dáar moet ik naar op zoek, daar moet ik naar luisteren.

“Jij bent degene die de keuzes maakt, of je het nu weet of niet, waardoor het plan zich vormt. Jij en je keuzes zíjn het plan.”
Ik kan het niet aan, de verantwoordelijkheid is te zwaar.

“Je bent veel krachtiger dan je denkt.”
Ik kan het niet, welke richting moet ik op?

“Volg je verlangen.”
Dat kan ik niet voelen, het lijkt wel alsof er niets is wat ik wil.

“Durf je het wel? Durf je je verlangen toe te laten?”

….
….

Het is te groot. Wat als ik faal? Overleef ik die pijn?

“Je hartsverlangen gaat gepaard met je grootste angst.”
Ik durf het niet, laat me dan maar aan de zijlijn staan.

“Wie zijn verlangen opgeeft, geeft zijn leven op. Het is van jou, aarzel niet meer. Spring”, fluisterde het Leven in mijn oor.

Ik sprong. En het Leven ving me op.

Foto: Tom Ezzatkhah – Unsplash